Gisteren vernomen dat mijn (zaken)vriend Pallab Bagchi plotseling is overleden.
Hij werd slechts 50 jaar.
Ik kende Pallab als een bijzonder gedreven man die
zeer loyaal was aan zijn klanten. Je kon altijd op hem rekenen ook in het weekend en we hebben zelfs 's nachts gewerkt toen dat nodig was.
Ik ken Pallab al een hele tijd, sinds 1996, de tijd dat we samen aan de automatisering van Budget Rent a Car werkten. Ik heb ook later als interim manager en als
directeur Financiën met Pallab samengewerkt. Ik kende Pallab dus goed en dacht te weten waar zijn kwaliteiten lagen.
Toch verraste Pallab mij toen hij mijn
collega's en mij binnen 'route 66' vertelde over zijn visie op leiderschap en
ondernemen. We hadden Pallab uitgenodigd omdat hij mij vol vuur verteld had over zijn nieuwe onderneming IndicInfo met twee bases, in Nederland en, in Pallab zijn geboorteland India. Ik hoopte dat een dergelijke bijzondere organisatie ons kon helpen aan nieuwe ideeën en inspiratie voor het grote veranderingsproces dat we vormgaven. Ik kon echter niet vermoeden dat hij zo'n grote invloed zou hebben.
Twee van Pallab's uitspraken hebben grote invloed gehad op het gedachtegoed van 'route 66' en mijn nieuwe kijk op leiderschap: "there is no alternative for working with good people" en "we
provide service at three levels: to ourself, to our company and then, finally, to our
customers".
Deze blog heeft als doel informatie te delen over de ontwikkelingen binnen mijn vak en mijn functie. In de berichten wordt de actualiteit rond het onderwijs beschreven. Daarnaast worden ervaringen gedeeld die mogelijk interessant kunnen zijn voor anderen. Met de labels kunt u uit de verschillende onderwerpen kiezen.
woensdag 5 december 2012
dinsdag 20 november 2012
Derivaten in het onderwijs: wat ging er fout?
Sinds de publicaties over organisaties die in de problemen komen door het gebruik van derivaten, wordt mij steeds vaker gevraagd hoe dat nou precies zit. Uiteraard ben ik geen expertvan dergelijke financiële producten. Wellicht helpt dat echter, om de uitleg eenvoudig te houden. In deze blogpost daarom een eenvoudig (fictief) voorbeeld van hoe de inzet van derivaten, in dit geval een 'renteswap', goed bedoeld kan zijn, maar uiteindelijk helemaal mis kan lopen....
Op 20 november 2012 presenteerde de onderwijsinspectie haar rapport over onderzoek naar derivaten bij onderwijsinstellingen (http://bit.ly/TXZWft).
Eenvoudig voorbeeld
Een organisatie sluit een langlopende lening (€ 10 miljoen, looptijd 30 jaar) af bij een bank en wenst dit te doen tegen zo laag mogelijke kosten. Daarom wordt besloten om een variabele rente met de bank af te spreken, dit is goedkoper dan de rente voor langere tijd vast te leggen. De organisatie betaalt de komende 30 jaar dus de rente die op dat moment geldt. De organisatie brengt activa in als onderpand voor de lening.
Echter, aan de lening is een belangrijk risico verbonden. De rente kan immers sterk oplopen. In het verleden is de rente wel eens boven de 10 procent uit gekomen. De organisatie kan zich dat risico niet permitteren. De rentekosten worden daarmee zo hoog dat de liquiditeit en solvabiliteit in gevaar komen. De continuïteit kan dan niet meer worden gegarandeerd, een onacceptabel risico. Het renterisico dient dus afgedekt te worden.
Renteswap
De organisatie wordt door de bank geadviseerd een 'renteswap' te gebruiken om het renterisico af te dekken. De variabele rente wordt geswapt, ofwel omgewisseld, tegen een vaste rente van, laten we zeggen 5 procent. Om dit mogelijk te maken wordt afgesproken dat indien de rente boven de 5 procent uit komt, de bank het verschil betaalt. Als de rente onder de 5 procent komt, betaalt de organisatie het verschil aan de bank. Daarmee is de organisatie zeker dat ze de komende jaren 5 procent rente betaalt. De organisatie betaalt voor de renteswap een commissie aan de bank.
Op het eerste gezicht is dit een verstandige keuze. De organisatie probeert haar risico's af te dekken. Er is geen sprake van speculatie.
Kleine lettertjes
Echter, de kleine lettertjes gooien roet in het eten, de organisatie gaat onbewust namelijk een enorm liquiditeitsrisico aan. In de kleine lettertjes staat namelijk dat als de rente sterk daalt en onder een bepaalde grens komt, de bank het recht heeft op een zogenaamde 'margin call'. De bank kan hiermee eisen dat de organisatie extra onderpand verschaft, bijvoorbeeld in de vorm van contanten. Dit onderpand dient het risico van de bank ten aanzien van de toekomstige betalingen af te dekken. Waarom doet een bank dit?
Als de rente sterk daalt, laten we zeggen naar 1,5 procent, ontstaat er een verplichting om per jaar 3,5 procent rente aan de bank te betalen. Dit is het verschil tussen de afgesproken rente van 5 procent en de actuele rente van 1,5 procent. Daarmee ontstaat in theorie dus een enorme verplichting aan de bank. Als de rente zo laag blijft, moet er in ons voorbeeld in het eerste jaar 350 duizend euro aan de bank betaald worden en moet het renteverschil bovendien over het openstaande bedrag 30 jaar lang aan de bank betaald worden. De potentiële verplichting aan de bank is daarmee enorm. De bank wil het risico dat de organisatie niet kan voldoen aan haar verplichtingen, graag afgedekt zien.
De organisatie wordt, in ons voorbeeld op basis van de 'margin call', door de bank gedwongen om miljoenen aan contanten bij de bank als onderpand aan te houden. Niet niet iedere organisatie beschikt over dergelijke onderpanden of kasoverschotten. Daarmee ontstaat een acuut liquiditeitsprobleem. En dat terwijl er nog helemaal geen 'echt' probleem is.
Dergelijke risico's aan een eenvoudig derivaat als dit, zijn niet bij iedereen bekend of worden onderschat. Zo dacht men in het verleden ook nog wel eens dat de rente niet zo sterk zou dalen.
Geen speculatie, toch groot risico
Dit is een zeer eenvoudig voorbeeld van hoe een goed bedoelde oplossing, verkeerd uit kan pakken. Er zijn nog veel ingewikkelder constructies te bedenken waarvan de risico's nog lastiger te doorgronden zijn. Ook bij herfinanciering kunnen aanvullende eisen stellen op grond van de negatieve waarde van derivaten.
Het is natuurlijk de taak van uw bank om u hierover goed te informeren. Het verleden heeft echter uitgewezen dat dit niet overal gebeurde en dat banken graag derivaten verkochten om commissie op te strijken. Dat organisaties daarmee werden blootgesteld aan zeer grote risico's, was op dat moment kennelijk niet zo belangrijk als geld verdienen....
Derivaten kunnen toegevoegde waarde hebben voor een organisatie. Je moet als organisatie je wel beseffen dat je je niet moet laten adviseren door de bank die het financieel product verkoopt. Dat is aan je kapper vragen of je haar aan een knipbeurt toe is. Het lijkt verstandig een onafhankelijk adviseur in te schakelen, een adviseur die dus niet betaald wordt uit de commissies van de bank. Wellicht is het nog verstandiger om geen producten aan te schaffen waarvan je zelf niet kunt uitleggen hoe deze producten in elkaar steken. Want als je als bestuurder niet weet hoe zo'n product werkt, kun je dan wel alle risico's overzien?
Op 20 november 2012 presenteerde de onderwijsinspectie haar rapport over onderzoek naar derivaten bij onderwijsinstellingen (http://bit.ly/TXZWft).
Eenvoudig voorbeeld
Een organisatie sluit een langlopende lening (€ 10 miljoen, looptijd 30 jaar) af bij een bank en wenst dit te doen tegen zo laag mogelijke kosten. Daarom wordt besloten om een variabele rente met de bank af te spreken, dit is goedkoper dan de rente voor langere tijd vast te leggen. De organisatie betaalt de komende 30 jaar dus de rente die op dat moment geldt. De organisatie brengt activa in als onderpand voor de lening.
Echter, aan de lening is een belangrijk risico verbonden. De rente kan immers sterk oplopen. In het verleden is de rente wel eens boven de 10 procent uit gekomen. De organisatie kan zich dat risico niet permitteren. De rentekosten worden daarmee zo hoog dat de liquiditeit en solvabiliteit in gevaar komen. De continuïteit kan dan niet meer worden gegarandeerd, een onacceptabel risico. Het renterisico dient dus afgedekt te worden.
Renteswap
De organisatie wordt door de bank geadviseerd een 'renteswap' te gebruiken om het renterisico af te dekken. De variabele rente wordt geswapt, ofwel omgewisseld, tegen een vaste rente van, laten we zeggen 5 procent. Om dit mogelijk te maken wordt afgesproken dat indien de rente boven de 5 procent uit komt, de bank het verschil betaalt. Als de rente onder de 5 procent komt, betaalt de organisatie het verschil aan de bank. Daarmee is de organisatie zeker dat ze de komende jaren 5 procent rente betaalt. De organisatie betaalt voor de renteswap een commissie aan de bank.
Op het eerste gezicht is dit een verstandige keuze. De organisatie probeert haar risico's af te dekken. Er is geen sprake van speculatie.
Kleine lettertjes
Echter, de kleine lettertjes gooien roet in het eten, de organisatie gaat onbewust namelijk een enorm liquiditeitsrisico aan. In de kleine lettertjes staat namelijk dat als de rente sterk daalt en onder een bepaalde grens komt, de bank het recht heeft op een zogenaamde 'margin call'. De bank kan hiermee eisen dat de organisatie extra onderpand verschaft, bijvoorbeeld in de vorm van contanten. Dit onderpand dient het risico van de bank ten aanzien van de toekomstige betalingen af te dekken. Waarom doet een bank dit?
Als de rente sterk daalt, laten we zeggen naar 1,5 procent, ontstaat er een verplichting om per jaar 3,5 procent rente aan de bank te betalen. Dit is het verschil tussen de afgesproken rente van 5 procent en de actuele rente van 1,5 procent. Daarmee ontstaat in theorie dus een enorme verplichting aan de bank. Als de rente zo laag blijft, moet er in ons voorbeeld in het eerste jaar 350 duizend euro aan de bank betaald worden en moet het renteverschil bovendien over het openstaande bedrag 30 jaar lang aan de bank betaald worden. De potentiële verplichting aan de bank is daarmee enorm. De bank wil het risico dat de organisatie niet kan voldoen aan haar verplichtingen, graag afgedekt zien.
De organisatie wordt, in ons voorbeeld op basis van de 'margin call', door de bank gedwongen om miljoenen aan contanten bij de bank als onderpand aan te houden. Niet niet iedere organisatie beschikt over dergelijke onderpanden of kasoverschotten. Daarmee ontstaat een acuut liquiditeitsprobleem. En dat terwijl er nog helemaal geen 'echt' probleem is.
Dergelijke risico's aan een eenvoudig derivaat als dit, zijn niet bij iedereen bekend of worden onderschat. Zo dacht men in het verleden ook nog wel eens dat de rente niet zo sterk zou dalen.
Geen speculatie, toch groot risico
Dit is een zeer eenvoudig voorbeeld van hoe een goed bedoelde oplossing, verkeerd uit kan pakken. Er zijn nog veel ingewikkelder constructies te bedenken waarvan de risico's nog lastiger te doorgronden zijn. Ook bij herfinanciering kunnen aanvullende eisen stellen op grond van de negatieve waarde van derivaten.
Het is natuurlijk de taak van uw bank om u hierover goed te informeren. Het verleden heeft echter uitgewezen dat dit niet overal gebeurde en dat banken graag derivaten verkochten om commissie op te strijken. Dat organisaties daarmee werden blootgesteld aan zeer grote risico's, was op dat moment kennelijk niet zo belangrijk als geld verdienen....
Derivaten kunnen toegevoegde waarde hebben voor een organisatie. Je moet als organisatie je wel beseffen dat je je niet moet laten adviseren door de bank die het financieel product verkoopt. Dat is aan je kapper vragen of je haar aan een knipbeurt toe is. Het lijkt verstandig een onafhankelijk adviseur in te schakelen, een adviseur die dus niet betaald wordt uit de commissies van de bank. Wellicht is het nog verstandiger om geen producten aan te schaffen waarvan je zelf niet kunt uitleggen hoe deze producten in elkaar steken. Want als je als bestuurder niet weet hoe zo'n product werkt, kun je dan wel alle risico's overzien?
dinsdag 13 november 2012
Risicomanagement in het onderwijs.
Wat is risico?
De afgelopen tijd ben ik met diverse bestuurders en controllers uit het onderwijs in contact gekomen tijdens de leergangen van de Dyade Academy. In de leergang gebruiken we de beleidsplannen van de scholen om te komen tot een werkbare opzet voor risicomanagement. Risico wordt hierbij gedefinieerd als het negatief effect op het realiseren van de doelen van de organisatie.
Praktisch werkbare lijst risico`s
De minst praktische manier om risico`s te inventariseren is met elkaar gaan brainstormen welke risico`s we allemaal kunnen bedenken. Dat ontaardt in een lijst van honderden risico`s waar ook kernrampen en neerstortende vliegtuigen op vermeld staan. Weinig praktisch want hoe beheers je honderden risico`s?
Beter om de risico's te inventariseren die aan de doelen en doelstellingen van de school gekoppeld zijn. Als de school bijvoorbeeld zich als doel stelt het aantal leerlingen stabiel te houden dan zijn de volgende risico`s te identificeren die een negatieve invloed hebben op de leerling aantallen:
- tegenvallende onderwijsresultaten beïnvloeden het imago negatief
- grote(re) klassen maken de school minder aantrekkelijk
- wisselingen in personeel beïnvloeden het imago negatief
Na de inventarisatie van de risico`s kan zeer gericht gewerkt worden aan maatregelen die het risico verkleinen. Daarbij is het van belang om de financiële effecten van het risico af te wegen tegen de kosten van de maatregelen.
Via risico`s doelen en doelstellingen completeren.
Leuk aspect daarbij is dat soms reële risico's die we bedenken, niet gekoppeld zijn aan de doelen/doelstellingen van de organisatie. Zo ontdekte een school dat het risico op faillissement niet voorkwam in de matrix met risico's. Daarmee ontdekte ze feitelijk dat de doelen en doelstellingen niet volledig waren, er was geen enkele doelstelling, zoals solvabiliteit en liquiditeit, gekoppeld aan de continuïteit van de school. Het proces van risicomanagement completeerde daarmee de doelen en doelstellingen!
Werken aan risico`s is werken aan kwaliteitsverbetering
Deze benadering zorgt er tevens voor dat de school met het risicomanagement, feitelijk met kwaliteitsverbetering bezig is. Immers je bent gericht bezig met de realisatie van de doelen en doelstellingen en dat motiveert meer dan het werken aan een lijst van honderd, weinig reële risico`s.
De afgelopen tijd ben ik met diverse bestuurders en controllers uit het onderwijs in contact gekomen tijdens de leergangen van de Dyade Academy. In de leergang gebruiken we de beleidsplannen van de scholen om te komen tot een werkbare opzet voor risicomanagement. Risico wordt hierbij gedefinieerd als het negatief effect op het realiseren van de doelen van de organisatie.
Praktisch werkbare lijst risico`s
De minst praktische manier om risico`s te inventariseren is met elkaar gaan brainstormen welke risico`s we allemaal kunnen bedenken. Dat ontaardt in een lijst van honderden risico`s waar ook kernrampen en neerstortende vliegtuigen op vermeld staan. Weinig praktisch want hoe beheers je honderden risico`s?
Beter om de risico's te inventariseren die aan de doelen en doelstellingen van de school gekoppeld zijn. Als de school bijvoorbeeld zich als doel stelt het aantal leerlingen stabiel te houden dan zijn de volgende risico`s te identificeren die een negatieve invloed hebben op de leerling aantallen:
- tegenvallende onderwijsresultaten beïnvloeden het imago negatief
- grote(re) klassen maken de school minder aantrekkelijk
- wisselingen in personeel beïnvloeden het imago negatief
Na de inventarisatie van de risico`s kan zeer gericht gewerkt worden aan maatregelen die het risico verkleinen. Daarbij is het van belang om de financiële effecten van het risico af te wegen tegen de kosten van de maatregelen.
Via risico`s doelen en doelstellingen completeren.
Leuk aspect daarbij is dat soms reële risico's die we bedenken, niet gekoppeld zijn aan de doelen/doelstellingen van de organisatie. Zo ontdekte een school dat het risico op faillissement niet voorkwam in de matrix met risico's. Daarmee ontdekte ze feitelijk dat de doelen en doelstellingen niet volledig waren, er was geen enkele doelstelling, zoals solvabiliteit en liquiditeit, gekoppeld aan de continuïteit van de school. Het proces van risicomanagement completeerde daarmee de doelen en doelstellingen!
Werken aan risico`s is werken aan kwaliteitsverbetering
Deze benadering zorgt er tevens voor dat de school met het risicomanagement, feitelijk met kwaliteitsverbetering bezig is. Immers je bent gericht bezig met de realisatie van de doelen en doelstellingen en dat motiveert meer dan het werken aan een lijst van honderd, weinig reële risico`s.
woensdag 25 juli 2012
Krimp en bezuinigingen in het onderwijs:Het belang van de controller
Krimp en bezuiniging:
een nieuw fenomeen
Dit voorjaar heb ik een bijdrage geleverd aan de leergang ‘Meer
Doen Met Minder’ van de Dyade Academy i.s.m. Nyenrode. De deelnemers waren voornamelijk
bestuurders en directeuren uit het primair en voortgezet onderwijs. Bij de
intakegesprekken werd één gezamenlijke noemer duidelijk. Bijna alle scholen
worden geconfronteerd met een krimpend leerlingenaantal en teruglopende
budgetten. De bestuurders geven aan dat ze dit nog niet eerder hebben
meegemaakt. De afgelopen jaren stegen de leerlingaantallen en werd er steeds
meer geld uitgetrokken voor onderwijs. Aan deze vette jaren is al een poosje
geleden een eind gekomen. Dat is uniek voor het onderwijs en went maar
moeilijk.
Complicerende factor:
scholen leiden verlies
Bovendien werd duidelijk dat veel scholen, soms al een
aantal jaar, een negatief exploitatieresultaat kennen ofwel verlies leiden. De
bestuurders zijn kennelijk overvallen door deze ontwikkelingen en nog niet in
staat geweest de stijgende lasten in overeenstemming te brengen met de dalende
inkomsten. Iedereen die de exploitatie van een onderwijsinstelling kent, weet
dat je dergelijke ombuigingen niet in één jaar kan realiseren. Veel lasten
hebben een vast karakter en die laten zich niet op korte termijn beïnvloeden. Tijdig
starten met het formuleren van maatregelen met een meerjaren karakter is daarom
noodzaak.
Bezuinigen is lastig:
scholen leiden meer verlies dan begroot
Zorgwekkend is bovendien dat het overgrote deel van scholen
een groter verlies kent dan in de begroting is opgenomen. Kennelijk wordt het
weerbarstig karakter van deze vaste lasten toch nog onderschat. Krijgt
professor Don toch nog gelijk?
Het goede nieuws is dat veel scholen een appeltje voor de
dorst kennen. Als we kijken naar onder meer de kapitalisatiefactor van scholen,
dan kan je constateren dat veel scholen een aantal jaren van verlies kunnen
opvangen. Dat biedt gelukkig tijd voor een groot deel van de scholen. Een klein
deel kent deze luxe niet. Daar is snel ingrijpen noodzakelijk om een mogelijk
bankroet te voorkomen.
Natuurlijk geldt ook voor de wat rijkere scholen dat
uiteindelijk de kosten in balans moeten komen met de inkomsten. Dat gaat niet
vanzelf en is helaas ook geen probleem dat in de toekomst vanzelf verdwijnt.
Immers, de tijd van een toenemend onderwijsbudget lijkt nog erg ver weg.
Er is geen panklare
oplossing: maatwerk vereist
De ervaring leert dat er helaas geen panklare oplossing is
die voor iedere school leidt tot een sluitende begroting. Een goede analyse van
de huidige situatie en advies over de te nemen maatregelen, vergt tijd en
aandacht. Inschatting van het te realiseren effect vergt bovendien diepgaande
kennis van bedrijfsvoering en financiën. Voer voor specialisten dus, want
bijvoorbeeld maatregelen die leiden tot een reductie van personeel zijn aan
strenge CAO eisen onderhevig. Zorgvuldige planning en diepgaande analyse van de
bezetting is daarom vereist. Soms komt de oplossing uit een verrassende hoek,
zo blijkt uit diverse casestudies van klanten die al eerder geconfronteerd
werden met financiële tekorten.
Onzekerheid leidt tot
onrust….
Ik kan me voorstellen dat bestuurders een onzeker gevoel
hebben. Vaak moet men het doen met financiële overzichten die slechts een beeld
geven van het verleden. Daarmee constateer je dan dat er weer meer geld is
uitgegeven dan er binnenkomt. En daar word je niet bepaald rustiger van.
Zeker niet als er geen concrete maatregelen zijn
geformuleerd die leiden tot opheffing van het tekort.
Ook niet als je niet zeker weet of de maatregelen wel
afdoende zijn en in de toekomst zorgen voor een sluitende begroting.
En al helemaal niet als je niet weet wanneer de bodem van de
schatkist in zicht komt: over drie maanden of over vijf jaar?
Je kunt dan rustig vast stellen dat je niet ‘In Control’
bent. Je bent niet langer in staat om de belangrijkste doelstelling van een
organisatie te realiseren, namelijk het garanderen van de continuïteit van de
instelling. Herhaalde exploitatieverliezen leiden, zonder adequate maatregelen,
uiteindelijk altijd tot financiële problemen. De school kan de salarissen en de
leveranciers niet meer betalen. Er ontstaat een liquiditeitsprobleem. En dan is
het te laat, zeker voor de verantwoordelijke bestuurder.
Bepaal urgentie en
omvang: begroting ongewijzigd beleid
Het is daarom zaak om eerst een meerjarenbegroting bij
ongewijzigd beleid door te rekenen: wat gebeurt er als we niets doen? Daarmee
wordt niet alleen de urgentie van maatregelen duidelijk (hoe snel moeten we
ingrijpen?) maar kan ook de omvang van de ombuiging worden bepaald (hoe diep
moeten we gaan?). Door niet alleen een exploitatiebegroting op te stellen maar
ook een begroting voor de balans, ontstaat bovendien een compleet beeld over de
toekomstige financiële gezondheidstoestand van de organisatie: liquiditeit en
solvabiliteit.
Zorg voor
(nacht)rust: Bepaal maatregelen en bereken het effect
Nu duidelijk is geworden hoe diep moet worden ingegrepen en
hoe snel, kunnen maatregelen worden geformuleerd. Cruciaal daarbij is een goede
berekening van het (meerjaren) effect van de maatregelen. Een dergelijke
berekening begint bij het gedetailleerd vaststellen en met elkaar delen van de
veronderstellingen. Immers, pas als iedereen het eens is over de
veronderstellingen die zijn gebruikt bij de inschatting van het effect, krijgen
maatregelen pas betekenis. Men herkent zich dan in de maatregelen en is daarmee
ook sneller geneigd een bijdrage te leveren aan de uitvoering.
Rol van de controller
in het onderwijs
Het maken van een begroting ongewijzigd beleid, het bepalen
van de effectiviteit van maatregelen en het opstellen van een begroting met
gewijzigd beleid, is voer voor specialisten. Deze specialisten, controllers,
moeten bovendien kennis en ervaring met het onderwijsveld hebben. Immers de
maatregelen die een beursgenoteerde onderneming zoals een bank neemt, zijn vaak
niet van toepassing op een onderwijsinstelling. Deze is immers gehouden aan
allerhande CAO regels en heeft bovendien banden en verplichtingen met centrale
en lokale overheid. Daarom is mijn stelling dat controllers in het onderwijs,
of onderwijscontrollers (niet te verwarren met onderwijsinspecteurs) een
belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het op orde brengen van de financiën in
het onderwijs.
Zelf doen of inhuren?
Lang niet iedere onderwijs instelling heeft de middelen om
een eigen onderwijscontroller aan te nemen. Dat hoeft ook niet, immers deze
specialisten zijn ook voor een beperkt aantal uren per week in te huren. Daarbij
is het van belang vast te stellen welke ervaring en kennis de controllers
hebben van het onderwijsveld.
Het inhuren van een controller uit een professionele
organisatie heeft bovendien als voordeel dat de controller zich regelmatig
bijschoolt, vakinhoudelijk wordt aangestuurd en regelmatig kennis uitwisselt
over nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied en in de onderwijssector. En dat
is, zo blijkt uit mijn persoonlijke ervaring, met een eigen controller lang
niet altijd het geval.
woensdag 20 juni 2012
Defuseren bij Amarantis
Krijg in toenemende mate de vraag waarom ik mijzelf als Financieel Directeur van Dyade heb vrijgemaakt voor een bijdrage aan het defuseringsproces van Amarantis. Er is een logische verklaring.
Persoonlijke en bedrijfsmissie
De bedrijfsmissie van Dyade en mijn persoonlijke missie zijn er op gericht de bedrijfsvoering van het onderwijs zo te regelen dat er ruimte en aandacht is voor het primaire proces in het onderwijs. Als er rust in de bedrijfsvoering is, ontstaat er ruimte om het pedagogisch en didactisch klimaat in de school optimaal te organiseren. Als een school problemen heeft in de bedrijfsvoering dan leidt dit af van waar het in een school werkelijk om draait.
Rust voor grote groepen mensen
Een opdracht waarin je een bijdrage kan leveren aan de rust die 3.300 collega's en 30.000 leerlingen betreft, kan je dan niet weigeren. Doel van het programma is de administratieve organisatie van Amarantis af te bouwen en om te zetten naar de AO voor de vijf nieuw op te richten scholen. Een omvangrijke klus die voor het einde van het jaar moet zijn afgerond. We gaan ons 'stinkende' best doen om het voor de nieuwe scholen op een goede manier te regelen zodat er met ingang van het nieuwe jaar rust in de bedrijfsvoering ontstaat. Vanuit deze positie kunnen de scholen dan weer een nieuwe toekomst opbouwen, ook op gebied van administratieve organisatie.
Education is the most powerful weapon which you can use to change the world (Nelson Mandela).
Persoonlijke en bedrijfsmissie
De bedrijfsmissie van Dyade en mijn persoonlijke missie zijn er op gericht de bedrijfsvoering van het onderwijs zo te regelen dat er ruimte en aandacht is voor het primaire proces in het onderwijs. Als er rust in de bedrijfsvoering is, ontstaat er ruimte om het pedagogisch en didactisch klimaat in de school optimaal te organiseren. Als een school problemen heeft in de bedrijfsvoering dan leidt dit af van waar het in een school werkelijk om draait.
Rust voor grote groepen mensen
Een opdracht waarin je een bijdrage kan leveren aan de rust die 3.300 collega's en 30.000 leerlingen betreft, kan je dan niet weigeren. Doel van het programma is de administratieve organisatie van Amarantis af te bouwen en om te zetten naar de AO voor de vijf nieuw op te richten scholen. Een omvangrijke klus die voor het einde van het jaar moet zijn afgerond. We gaan ons 'stinkende' best doen om het voor de nieuwe scholen op een goede manier te regelen zodat er met ingang van het nieuwe jaar rust in de bedrijfsvoering ontstaat. Vanuit deze positie kunnen de scholen dan weer een nieuwe toekomst opbouwen, ook op gebied van administratieve organisatie.
Education is the most powerful weapon which you can use to change the world (Nelson Mandela).
donderdag 1 december 2011
Stille bezuinigingen in het onderwijs
Vandaag las ik een artikel in De Volkskrant over de ‘Stille bezuinigingen in het onderwijs’. Over de effecten deze ‘stille’ bezuinigingen maak ik me al wat langer zorgen.
Geruisloze bezuinigingen
De bezuinigingen worden inderdaad geruisloos doorgevoerd. Ik heb het idee dat niet iedereen in het onderwijs zich bewust is van deze bezuinigingen en hoe deze bezuinigingen tot stand zijn komen. Het artikel in de Volkskrant vat het krachtig samen:
- De lerarensalarissen stijgen, de financiële ruimte blijft gelijk: gevolg is dat scholen minder personeel kunnen inzetten;
- Er is geen prijscompensatie voor de overige kosten, gevolg is dat de kosten stijgen dus is er steeds minder budgetruimte binnen de school.
- De gemeentes gebruiken de Rijksmiddelen die bestemd zijn voor het onderwijs voor de problemen in de gemeentebegroting, gevolg is dat onderhoud of verbetering van scholen op dit moment helemaal stil ligt
- Meer lesuren zonder dat daar meer middelen beschikbaar voor zijn, gevolg: nog meer werkdruk op de scholen.
Nog meer bezuinigingen: passend onderwijs
Helaas zijn dit niet de enige bezuinigingen waar het onderwijs mee te maken krijgt. Deze week heeft de Minister het wetsvoorstel passend onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd. De bezuinigingen in het speciaal onderwijs zijn nu al merkbaar in het reguliere onderwijs. Kinderen met bijvoorbeeld gedragsproblemen worden niet langer doorverwezen naar het speciaal onderwijs. De toelating is aangescherpt en men anticipeert op de wetswijziging. Helaas gaat dit ten koste van het onderwijzend personeel. De werkdruk neemt immers behoorlijk toe: Meer leerlingen als gevolg van bovengenoemde bezuinigingen in combinatie met leerlingen die speciale zorg en aandacht nodig hebben.
Sigaar uit eigen doos
Jammer is wel, dat steeds de illusie wordt gewekt dat er meer geld is voor lerarensalarissen. Dat klopt. Er gaat extra geld naar het onderwijzend personeel. De leraren worden dus duurder, maar er is niet meer geld. Een ‘sigaar uit eigen doos’ dus. Er staan, weliswaar beter betaalde, maar uiteindelijk mínder docenten voor de klas. Een verhoogde werkdruk in de klas is het gevolg.
Drukte rond bedrijfsvoering gaat ten koste van de aandacht voor het onderwijs
Ondertussen staan ook de schoolbestuurders en –directeuren staan voor een enorme uitdaging in de bedrijfsvoering:
- Het hoofd bieden aan alle ‘ideetjes’ uit Den Haag, voorkomen dat regelgeving leidt tot nog meer werkdruk
- Het oplossen van financiële tekorten voor personeelskosten, huisvestingskosten en overige kosten
- Het tegengaan van de verhoging van de werkdruk voor leraren.
maandag 26 september 2011
Hoe kan verbetering van de bedrijfsvoering leiden tot beter onderwijs?
Bij mijn afscheid op het ROC van Amsterdam kreeg ik voortdurend de vraag: ‘waarom ga je ons verlaten? We hadden dat op dit moment niet verwacht!’. Men refereerde daarbij aan mijn rol in het veranderingsproces ‘Route 66’ , waar ik in dit blog al eerder over schreef.
Tja, als je in een groepje revolutionairen zit en de kans krijgt om een diepgaande verandering te realiseren, waarom ga je dan eigenlijk weg? Die vraag kan ik me wel voorstellen en heb ik zelf natuurlijk ook gehad, toen ik met Dyade in gesprek was over deze nieuwe functie. Voor het antwoord moet ik eerst een grote omweg maken….
Het belang van onderwijs
Onderwijs is vaak doorslaggevend belang voor de welvaart en het welbevinden van mensen. Met goed onderwijs kan je bovendien grote maatschappelijke veranderingen realiseren. Nelson Mandela: ‘Education is the most powerful weapon which you can use to change the world‘. Wij allen, ieder voor zich en gezamenlijk, hebben dus veel belang bij onderwijs. Onze toekomst wordt hierdoor bepaald.
Uiteraard is de kwaliteit van onderwijs van essentieel belang voor de invloed op de toekomst. Inspirerende onderwijzers, leraren en docenten maken het verschil tussen een gewone opleiding en een excellente opleiding die Michelin-sterren verdient, zoals OC en W het graag ziet.
Onderwijs krijgt niet de aandacht die het verdient
Ik heb echter sterk de indruk dat de leiding van scholen, onvoldoende tijd en ruimte kunnen vrijmaken om een inspirerende omgeving voor deze top-leerkrachten te creëren. Schooldirecteuren en managers worden in het onderwijs vaak opgezadeld met een enorme berg administratie. Daarbovenop komt dat de bekostiging van scholen terugloopt. Enerzijds door bezuinigingen van de overheid en anderzijds doordat het aantal leerlingen daalt. Dat maakt dat de leiding van een school nog meer tijd moet besteden aan bedrijfsvoering in het algemeen en financiën in het bijzonder. Dit kan wederom ten koste gaan van de aandacht voor het inspirerende pedagogische klimaat op school. Er is een potentieel gevaar voor onvoldoende aandacht voor de menselijke maat op school en dat verkleint de kans op een inspirerend docentenkorps.
In het bovenstaande is nog geen rekening gehouden met het feit dat de kwaliteit van de bedrijfsvoering op scholen nog niet altijd op het vereiste niveau is. Het onderzoeksrapport van professor Don is daar, onder meer getuige van. De kennis van financieel management in het onderwijs is beperkt.
Problemen in de bedrijfsvoering, bezuinigingen en administratieve lastendruk zorgen ervoor dat schooldirecteuren en –managers zich vaak noodgedwongen bezig moeten houden met het oplossen van problemen buiten het pedagogische veld van de school. Daarmee is er niet altijd voldoende aandacht voor hetgeen de leerkrachten nodig hebben voor een inspirerende leeromgeving.
Dyade biedt een oplossing voor dit probleem
Dyade levert diverse diensten en producten die de bedrijfsvoering van een school ondersteunen. Kennis over de bedrijfsvoering van scholen is gebundeld binnen Dyade. Veel schoolorganisaties beschikken niet over de omvang om deze deskundigheid zelf in huis te halen. Niet iedere school kan een eigen adviseur, administrateur, HRM manager of controller betalen.
Dyade levert bij veel scholen een bijdrage aan een goed functionerende bedrijfsvoering en daarmee indirect aan een mooie inspirerende leeromgeving. Immers, als de mensen in een school zich niet meer hoeven te buigen over administratie, huisvesting en financiën, ontstaat er meer tijd om te besteden aan leerkrachten en leerlingen.
Inspiratie
Bedrijfsvoering is mijn vak. Het is mijn passie om mijn vakkennis en ervaring in te zetten om, weliswaar indirect, een bijdrage te leveren aan het onderwijs in Nederland. Het idee dat ik daaraan mag werken, inspireert mij. Deze passie en inspiratie heb ik ook bij mijn nieuwe collega’s van Dyade ontdekt en dat werkt aanstekelijk. Bij Dyade wordt hard gewerkt om de ondersteuning van scholen iedere dag te verbeteren en daar werk ik graag aan mee. Dat boeit me en geeft me energie.
En aan het einde van de dag, als ik mijn kinderen van school haal, en al die kinderen op het schoolplein zie, dan weet ik weer waarvoor ik het doe.
Abonneren op:
Posts (Atom)
